Van wie is de energietransitie eigenlijk?

Bouwe Taverne, penningmeester Energiefonds Utrecht tot medio 2020

In dertig regio’s moeten gemeenten invulling gaan geven aan het Klimaatakkoord. Lokale energiecoöperaties zijn er druk mee. De media verkondigen drie soorten meningen over het antwoord op de vraag: van wie is deze transitie eigenlijk?

Mening 1. “Als die transitie dan zo nodig is, dan graag met windturbines op de Noordzee en een aantal kerncentrales. Maar niet in mijn achtertuin.” Dat zou de huidige energievoorziening voortzetten: centrale opwekking van stroom en warmte, distributie via overheidsnetten, gas als belangrijke energiebron, zo nodig vanaf 2050 vervangen door iets anders. De energievoorziening blijft in handen van weinigen. Misschien niet zo democratisch, maar wel met een prettig gevoel van veiligheid en stabiliteit.

Mening 2. “De energietransitie is onvermijdelijk. Wij kunnen en zullen die dragen, in onze achtertuinen en op onze daken.” Zon, wind en bodem vormen er de energetische basis van. Niet duidelijk is hoe de energiebehoefte van industrie, handel en landbouw gedekt moet worden, of moeten die een tandje minder produceren? Deze energievoorziening is in handen van velen, zoals vroeger, toen elke gemeente een energiebedrijf bezat.

Mening 3. “We weten niet hoe de transitie uiteindelijk vorm krijgt, maar alle hens moeten nu wel aan dek!” Deze mening laat ruimte open voor innovatie, de kennis en techniek van nu moeten optimaal worden ingezet. Wie weet zijn zonnevelden in 2050 niet meer nodig en staan er dan thoriumcentrales. De eigenaren van deze energievoorziening worden wellicht enkele grote en vele kleine investeerders.

Rol van het Energiefonds

Het Energiefonds kan geen richting geven aan de energietransitie en speelt geen rol in het maken van een keuze voor een van de drie meningen. Wel kan het fonds initiatieven mogelijk maken met leningen, waardoor risicomijdende financiers zoals banken kunnen meedoen. Dat is een mooie hefboom, die zichtbaar is in het inmiddels omvangrijke portfolio aan leningen. Ook speelt het fonds een belangrijke rol voor initiatiefnemers die geen goede ingang hebben bij banken, zoals energiecoöperaties en VVE’s.

Daarnaast kan het fonds inspelen op trends. Is bijvoorbeeld een lening voor een waterstof-tankstation goed besteed nu we net overstappen naar elektrisch rijden? Of een kostbare vernieuwing van bestaande woningen van label G naar label A++? Het is aan het fonds om op basis van gezonde financiële overwegingen te bepalen of dergelijke investeringen haalbaar zijn ten opzichte van de milieuwinst die ze opleveren.

De drie meningen bieden een basis voor de positionering van het Energiefonds in de markt van financiële aanbieders. Voor projecten die passen in ‘mening 2’, waar met name energiecoöperaties en ‘gangbare’ ondernemers in te vinden zijn. En ook voor projecten binnen ‘mening 3’, vooral gesteund door innovatieve ondernemers. Het fonds past minder goed bij projecten binnen ‘mening 1’, die vaak te grootschalig zijn en eerder passen bij het nieuwe Invest-NL.

De energietransitie

Terug naar de beginvraag: van wie is de energietransitie eigenlijk? Tot nu toe was de energievoorziening in bezit van traditionele, grote partijen als Nuon, Essent en Eneco (nu allen in buitenlandse handen). Vele andere investeerders en eigenaren zoals energiecoöperaties, grote en kleinere (niet-energie)bedrijven zullen in beeld komen. Maar ook u en ik, met zonnepanelen op eigen dak en met aandelen in windmolens of warmtebronnen. Deze grote diversiteit aan eigenaren vraagt om een grote diversiteit aan financiële middelen en bronnen. Het Energiefonds Utrecht is er daar één van. Onze middelen reiken tot het jaar 2038, maar zo lang hoeft u niet te wachten om het fonds in te schakelen om eigenaar te worden van uw eigen energiebron!